Achtergrond-Aanpak bijplaatsingen bij containers

Hoofdbrekens alom door

bijplaatsingen containers

(vakblad Afval)

Bijplaatsingen bij containers van restafval, karton en grof vuil zijn een doorn in het oog van gemeenten en omwonenden. Er komen vogels of ratten op af en vuil trekt vuil aan. Een bord met waarschuwing voor boetes werkt niet. Vanwege de hardnekkigheid van dit probleem, investeren gemeenten veel geld in maatregelen voor gedragsverandering. Van de aanname van een speciale coördinator bijplaatsingen tot interventies als containeradoptie. Hoe werkt de aanpak in grote steden?

Frans Vlietman, gebiedsmanager Amsterdam Stadsdeel West (145.000 inwoners) en pionier op het gebied van aanpak van bijplaatsingen: ,,De kracht in de aanpak tegen bijplaatsingen in Amsterdam Stadsdeel West zit vooral in de samenwerking met lokale partners. Voor gedragsverandering heb je niets aan allerlei losse initiatieven, vanuit versnipperde beleidsvelden. De aanpak tegen bijplaatsingen moet je breder zien; het betreft vergroting van de betrokkenheid van de burger bij een schone leefomgeving ofwel bij zijn buurt. Wijkorganisaties kennen de bewoners en ondernemers. We werken daarom in één team samen voor de aanpak van bijplaatsingen met onder meer de winkelstraatmanager, buurtcoördinator, wijkbeheer, handhaving, beleidsmedewerker schoon, digitale dienstverlening, ondernemersverenigingen, moskeeën, verzorgingstehuizen en de afdeling communicatie van de gemeente. Het duurde anderhalf jaar voordat iedereen in dit stadsdeel de complexiteit van de aanpak tegen bijplaatsingen inzag en er een denkomslag kwam. Het gaat om ontkokerd denken en lange termijn investeringen, over bestuurswisselingen heen.“ 

Gedragswetenschap leert dat belonen beter werkt dan handhaven

Michael Wilson, coördinator bijplaatsingen Den Haag: ,,In Den Haag hadden we meeuwenoverlast. De afgelopen jaren zijn daarom door de hele stad vierduizend ondergrondse restafval containers geplaatst, met als gevolg aanzienlijk minder huisvuilzakken in het straatbeeld. Maar toen ontstond een nieuw probleem: bijplaatsingen bij de ondergrondse containers, met name van grof vuil. De noodzaak werd ingezien van lange termijn investeringen rondom participatie en communicatie. Ik werd in juni als coördinator bijplaatsingen aangesteld. Ik ben een spil tussen verschillende betrokken afdelingen in de stad, zoals de milieubeheerders, de participatie- en schoon-medewerkers, afdeling beleid stadsbeheer, handhaving, afdeling communicatie en externen als de reinigingsdienst. Beleidsmakers en uitvoerders kijken nog veel vanuit eigen kokers; ik moet zorgen dat mensen hetzelfde doel en aanpak voor ogen krijgen en daarvoor samenwerken. Uiteindelijk moet ik mijn eigen baan overbodig maken. Vaak is er angst voor een nieuwe aanpak. Maar als je vanuit angst dingen bekijkt, komt er geen integrale nieuwe aanpak, geen verandering, geen verbetering. Voor medewerkers milieubeheer organiseer ik workshops over gedragswetenschap, waarin centraal staat dat belonen beter werkt dan straffen/boetes geven.”

Maya von Harras, adviseur Stadsbeheer Rotterdam: ,,We hebben de afgelopen vier jaar vijf langere experimentele onderzoeken in Rotterdam laten doen, met onderzoeks- en controlegebieden. We onderzochten de gevolgen van zachte maatregelen zoals extra weghalen van bijplaatsingen en schoonhouden van containers, tot het laten liggen van bijplaatsingen tot de harde aanpak met processen-verbaal van 115 euro. We monitorden tot een jaar lang de effecten van de interventies. Op grond daarvan is een toolbox ontwikkeld met de beste interventies voor Rotterdam. De stadswachten en reiniging bepalen welke toolbox bij hun aandachtsgebied past. Meestal is dat een mix van zachte en harde maatregelen, van voorlichten, schoonhouden en handhaving. Gewoonweg bekeuren, werkt niet. Alleen als andere maatregelen niet helpen, als bijplaatsing de spuigaten is uitgelopen, wordt gekozen voor boetes. Maar handhaven kan ook anders. Een handhaver plakt bijvoorbeeld een sticker op bijgeplaatste huisvuilzakken met de tekst ‘dit is verkeerd aangeboden huisvuil’. Deze stickeractie heeft een bewezen groot afschrikwekkend effect. Hoe langer het duurt voordat iemand als eerste bijplaatst, hoe langer het duurt voordat andere mensen vervolgens weer vuil bijzetten.“

Wilson: ,,Er lopen nu drie pilots in stadsdeel Escamp met 103.000 inwoners. In de Amerikaanse buurt, met koop- en huurwoningen door elkaar, worden buurtbewoners succesvol betrokken bij de aanpak tegen bijplaatsingen middels de foot-in-the-door-methode. Buurtbewoners laten zich daar nu in toenemende mate aanspreken op hun verantwoordelijkheid. In andere buurten en wijken in Escamp, zoals Bouwlust en Moerwijk, werken acties tegen bijplaatsingen nog niet goed. Buurtbewoners voelen zich niet betrokken. We moeten nog monitoren waar de bijplaatsingen in Den Haag het meeste voorkomen. Ik geloof wel dat je die meer ziet in Haagse multiproblem-wijken. De mensen daar zijn veelal lager opgeleid, hebben sociaal-psychische problemen, maken hun brieven niet open, al dan niet door een taalachterstand.”

Von Harras: ,,Op de in totaal 6.000 ondergrondse afvalcontainers in Rotterdam zien we bij 5-6 procent bijplaatsingen van vooral huishoudelijk restafval en grof afval. Daar grijpen we in. Op grond van een analyse van meldingen van overlast/proces-verbalen/hoe vaak wordt er vuil weggehaald zijn er wijken uitgekozen waar acties/ interventies tegen bijplaatsingen volgen. Bijplaatsingen gebeuren in Rotterdam in alle soorten wijken, niet alleen in focuswijken. In een onderzoeksgebied in Rotterdam-Zuid  zagen we wel dat bij 25 procent van de containers aldaar 70 procent van de bijplaatsingen stond, dat betrof focuswijken.  Maar dat kan je niet generaliseren. Ook in sommige nieuwbouwwijken zie je soms veel bijplaatsingen in de vorm van restafval. Bijplaatsen is een gedragsprobleem dat je ook in wijken met hoog opgeleide werkenden ziet.”

Vlietman: ,,We werken inmiddels met een stappenplan met vijf opvolgende interventies voor 80 hotspots, ofwel ondergrondse afvalcontainers met minstens een keer per week twee stuks afval ernaast. Met als doelgroepen: bewoners, ondernemers, afvaltoeristen en aannemers.  De gecombineerde interventies zijn gericht op fysieke, demografische, technische en sociale omstandigheden. En op eigen beleid, evenals op communicatie middels brieven en buurtvoorlichters. Ook een educatieprogramma voor BO en VO wordt opgezet. Uitgangspunt is dat we als organisatie eerst de eigen zaken op orde hebben en dan pas bewoners en ondernemers aanspreken op gedrag. Als de vier opeenvolgende interventies die in drie weken achtereen plaatsvinden, niet goed zijn uitgepakt, wordt gekozen voor handhaven en bekeuren. Ook ten aanzien van bedrijfsafval is het stappenplan: ondernemersbrief; bezoek toezichthouder afvalstoffenheffing  of winkelstraatmanager en pas in de laatste plaats bekeuren. Tijdens de vier weken interventies, monitoren we en in de achtste week koppelen we de resultaten terug aan burgers en bedanken we hen voor hun medewerking.”

Van gedragsverandering naar beïnvloeding

Vlietman: ,,Sinds de aanpak van hotspots namen de onbestemde  bijplaatsingen huisvuil met 40% af. Monitoring wees uit dat er vooral karton werd bijgeplaatst, omdat mensen dat niet in de papiercontainer krijgen. We hebben nu een wekelijkse kartonophaaldag met gunstig effect. Je ziet na elke stap een afname van bijplaatsingen, maar dat houdt helaas maar een paar weken stand. Gedrag blijkt weerbarstiger dan we dachten, we hebben nog niet de beste aanpak gevonden. Of je hebt de bewoners meegekregen, maar kampt vervolgens weer met grof afval van afvaltoeristen, zoals dumpende aannemers of winkeliers.  Of er is veel verloop in een wijk en dan moet je ook opnieuw beginnen. De adoptie van containers waar buurtvoorlichters op inzetten, levert aantoonbaar veel kostenbesparing op, dus daar gaan we meer op inzetten. Dit kan een afname betekenen van 30-40 procent bijplaatsingen. Containeradoptie leidt tot participatie/eigenaarschap van de openbare ruimte onder buurtbewoners.”

Vlietman: ,,Nu alle partijen in het stadsdeel op een lijn zitten, kunnen we dieper kijken. Van gedragsverandering naar gedragsbeïnvloeding in brede zin. Eerst dient men heel verfijnd het DNA van een containerlocatie in een straat vast te stellen, zodat de maatregelen en communicatie echt op maat zijn en er blijvende invloed op het gedrag is. Wonen er ouderen, jongeren, wat is het opleidingsniveau, is er een taalachterstand? Wat ook belangrijk blijkt: hoe is de locatiestructuur, de buitenruimte waar de ondergrondse containers staan. Is het stil, rumoerig, anoniem, somber? Als er geen binding is met de buitenruimte, voelen mensen zich niet geroepen deze schoon te houden. We doen nu nieuwe experimenten voor beïnvloeding, waarvan de effecten worden gemonitord. Er wordt bijvoorbeeld een lekkere frisse etherische geur aangebracht. Of mooi licht, een buurttuin er om heen of bijvoorbeeld een 3 D-kunstwerk. En dat in samenspraak met de bewoners zelf. Deze maatregelen, samen met werving van adoptanten, resulteren hopelijk in meer blijvende effecten. Als je eenmaal die bewustwording bereikt bij bewoners over hun eigen rol bij een veilig voelende omgeving, krijg je blijvende gedragsaanpassing. Als jíj niet jouw sigaret of jouw afval neerzet, eigenlijk zo’n klein gebaar, is dat ook gezond voor jou, want je leeft prettiger met elkaar. Het genot van een veilige, schone straat als beloning.” 

Aanpak bijplaatsingen kost in beginsel geld

Vlietman: ,,Experimenteren kost in beginsel geld, voor de aanpak bijplaatsingen is in Amsterdam Stadsdeel West nu 2,5 ton beschikbaar. Mensen opvoeden, zelf de regie laten nemen hoort bij de huidige tijd van participatie en een zich terugtrekkende overheid. Steeds maar achter mensen aan opruimen past niet, dat kun je ook figuurlijk interpreteren. De opbrengst is nog niet te kapitaliseren. Bestuurlijk gezien scoort dit stadsdeel met de vernieuwende aanpak, die door college, ambtelijke organisaties en raad wordt ondersteund. Ik krijg de kans om te pionieren en er ontstaan inzichten die op meerdere beleidsterreinen kunnen worden ingezet. Instrumenten uit de aanpak tegen bijplaatsingen worden nu ook gebruikt voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid, zwerfafval, overlast van hondenpoep, afval scheiden en noem maar op.”

Von Harras: ,, De kosten zijn in Rotterdam moeilijk in cijfers uit te drukken, omdat de aanpak van bijplaatsingen onderdeel is van een totaal uitvoeringspakket in wijken. Maatregelen van stadsbeheer zijn gekoppeld aan maatregelen vanuit andere domeinen. Maatregelen rondom prettig samenleven, goed gedrag, je houden aan regels.”

Anneke Buijze van De Jonge Milieu Advies (JMA) in Zeist: ,,In Leeuwarden is sinds gedrags-interventies meer dan een ton aan inzamelkosten bespaard.  Daar zijn de besparingen inmiddels aantoonbaar hoger dan de kosten van de aanpak tegen bijplaatsingen. Bewoners hebben trouwens niet in de gaten, dat ze zelf meebetalen als er vaak bijplaatsingen moeten worden opgeruimd, namelijk via de afvalstoffenheffing.” 

Voor een handreiking voorkomen bijplaatsingen: http://www.kenniswijzerzwerfafval.nl/document/handreiking-voorkomen-bijplaatsingen

Andrea van Dael/JEM

<Blok>

Anneke Buijze De Jonge Milieu Advies (JMA) in Zeist: ,,Er zijn geen landelijke cijfers bekend van de percentages aan afvalstromen in bijgeplaatst afval. Glas zie je zelden. Restafval volgt meestal pas als er karton of grof afval staat. Er kunnen ook technische oorzaken zijn voor bijplaatsingen: containers raken te snel vol,  de klep klemt of de containers zijn erg vies. Uit de monitoring blijkt echter dat de containers en leegtijden in de regel in orde zijn.”  

<voorbeelden maatregelen>

Monitoring via foto’s

 De Jonge Milieu Advies heeft in Amsterdam Stadsdeel West aan de hand van  opgestuurde foto’s de hoeveelheid en aard van het bijgeplaatste afval op 150 meetpunten geanalyseerd. Ook de gevolgen van interventies werden gemeten via foto’s; het aantal bijplaatsingen op een plek werd in grafieken bijgehouden. Drie keer per week werd de beeldkwaliteit van de locaties beoordeeld aan de hand van zesduizend foto’s.

Clusterplekken

Gemeenten onderzoeken allereerst of er ook technische of fysieke oorzaken zijn voor bijplaatsingen. In Amsterdam en Den Haag leidde dat tot speciale clusterplekken waar grof afval een keer per week mag worden geplaatst, bijvoorbeeld op een parkeerplaats.

Containeradoptie

Buurtvoorlichters werven deur aan deur adoptanten. Deze omwonenden van een containerpark ruimen zelf klein bijgeplaatst afval op. Als ze ’s morgens bellen op een speciaal telefoonnummer, wordt binnen een paar uur bijgeplaatst grof afval opgehaald. Ze worden getraind hoe ze buurtbewoners die bijplaatsen kunnen aanspreken. En ze worden beloond met leuke bijeenkomsten.

Foot in the door

Mensen zeggen ‘ja’ op een klein verzoek: een sticker op je deur plakken ‘ik ben voor een schone straat’, en vervolgens zeggen ze ja op een groter verzoek: commitment. Op borden bij de ondergrondse containers staat dezelfde afbeelding als op de deursticker; bewoners worden eraan herinnerd dat zij op een eerder moment hadden aangegeven voor een schone straat te zijn.

Terug naar vorige pagina