Recensie - dagboek Ned-Indiƫ: 'Dichtbij en toch zo ver weg'

 

Buigen voor de jappen en overleven 

Vijfenzestig jaar geleden, op 15 augustus 1945, was de tweede Wereldoorlog in Nederlands Indië afgelopen. De Enschedese Wietze Raven (58) bracht een boek uit over zijn Overijsselse moeder die in Nederlands-Indië jappenkampen overleefde.

 

Door Andrea van Dael

'Iedere keer als de Japanners langskomen, moeten wij voor ze buigen. Als we niet diep genoeg buigen, kun je een gemene, felle klap met de bamboestok of koppelriem krijgen'.

Ravens boek 'Dichtbij en toch zo ver weg' is in de ik-vorm geschreven en ondanks de zwaarte van het onderwerp makkelijk leesbaar. Het verhaalt over zijn moeder Geertruida, die haar man, de KNIL-militair Merein, vóór de oorlog volgt naar Nederlands-Indië, waarna ze na ontberingen, in 1952 definitief naar Nederland terugkeren.

Na de bezetting door Japan in 1942 verandert Indië voor Nederlanders van een paradijs in de hel. Tussen maart 1942 en augustus 1945 werden in de vrouwen- mannen- en latere jongenskampen 100.000 Nederlanders ondergebracht, van wie duizenden het kamp of de dwangarbeid niet overleefden.

Indringend schetst het boek 'Dichtbij en toch zo ver weg' het kampleven in Java (Tjimahi en Semarang) en de Bersiap-periode daarna. Maar steeds met voldoende dosering, zodat het verhaal geen moment larmoyant is. Korte anekdotes illustreren de machteloosheid, toenemende honger, uitputting, seksueel misbruik, vernederingen en mishandelingen in de jappenkampen. Maar ook de creativiteit 'voor kerst maakten we fantasie-menukaarten' en overlevingsmechanismen worden zijdelings geïllustreerd.

Het boek van Raven onderscheidt zich van andere dagboeken over die tijd, doordat historische feiten en een liefdesverhaal de schrijnende gebeurtenissen een kapstok geven. De auteur voerde voor het boek vele gesprekken met zijn moeder en dook in de geschiedenis voor de duiding met feiten. Ook brieven van zijn ouders die na de oorlog herenigd werden, verwerkte hij in het boek. Overijssel voor en na de oorlog vormt het decor, evenals moeders worsteling met het hervormde geloof. Het boek is daarmee het levensverhaal van de Overijsselse hervormde Geertruida Stam en een Indië-document ineen.

De auteur, tevens docent aan ROC Oost-Nederland en kunstschilder, beschrijft de kamptijd met een afstandelijke toon, maar weet ook te roeren. Bijvoorbeeld als de hoofdpersoon haar net geboren baby omhoog houdt als haar krijgsgevangen man langs het vrouwenkamp rijdt. 'Ineens zie ik hem in de derde vrachtwagen verslagen op de bank zitten. Dan gil ik plotseling zo hard als ik kan: 'Merein'! Ik til Wim zo hoog mogelijk boven mijn hoofd de lucht in. Tot mijn vreugd zie ik een kleine glinstering in zijn ogen verschijnen en weet ik dat hij heeft gezien dat de baby gezond is.'

Het familieleven van Raven is getekend door de gebeurtenissen in Nederlands-Indië. Zijn inmiddels overleden moeder hield hartklachten aan de ontberingen over en zijn oudste broer, de ontroerende peuter Bart in het boek, is op psychische gronden arbeidsongeschikt geraakt. Zijn vader sprak niet over de oorlog. Raven hoopt dat zijn moeders verhaal een beeld schetst achter cijfers en feiten. 'Nederlanders hier dachten dat Indië-gangers vakantie hadden gevierd.'

'Dichtbij-en toch zo ver weg' kost 20 euro. Het is te bestellen via http://www.wietzeraven.nl/

 

Terug naar vorige pagina