Interview-populair - Henk Angenent

11 steden, 10 kilometer

Schaatsen en fokken

Trainen, zwoegen op de boerderij en nog eens trainen. Het verbeten gezicht van schaatser Henk Angenent (38) wordt getekend door zijn discipline. Tijdens het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) op 29 december in Heerenveen wil hij bij de eerste drie eindigen. ‘Over twee jaar ben ik te oud.'

Een paar uur na het interview wordt Angenents gedrevenheid én tegelijk kwetsbaarheid pijnlijk zichtbaar. Tijdens de Marathon Zesdaagse, de Greenery Six, viel hij op het kunstijs in Eindhoven en liep daarbij een peesbeschadiging in zijn pols op. Geen reden voor hem om een stap terug te doen.  Hij doet koste wat kost mee aan het kwalificatietoernooi in Heerenveen. Dat volgens zijn levensmotto:  ‘Je moet de moed niet laten zakken door wat tegenslag,' zoals de Woubruggenaar ook tijdens het interview zal zeggen.

Zijn overwinning van de laatste Elfstedentocht in 1997 herinnert de lange afstanden-specialist zich nog als de dag van gisteren. De kom waar hij op uitkwam, omringd met joelende mensen...De lof en mediagekte tot drie maanden daarna. Zo'n goed gevoel als na een Elfstedentocht kan nergens overtroffen worden, stelt hij resoluut. Zelfs niet bij de Olympische Winterspelen, waar de diehard zich voor de tien kilometer wil plaatsen. Als aanloop tot het Olympisch Kwalificatie Toernooi in Heerenveen pikte hij -tot zijn val- een paar wedstrijden van de Marathon Zesdaagse mee, samen met teamgenoten Joost Juffermans en Martijn van Es. Samen met nieuwelingen zoals de veelbelovende Franse marathonschaatser Alexis Contin.

Is Contin volgens jou een schaatswonder?

‘Ik ben niet zo verbaasd over Contins resultaten. Hij heeft geskeelerd op wereldniveau. Kracht en conditie heeft hij dus al. Dat wil trouwens niet zeggen dat iedere top-skeeler -of top-wielrenner trouwens- ook kan schaatsen. Je moet talent voor strakke timing hebben. En gisteren tijdens Greenery Six in Breda bleek Contin ook kwetsbaar. Hij haakte af. Als schaatser ben je heel vatbaar voor kleine invloeden op je conditie. Je lichaam is strak gespannen en je conditie moet honderd procent goed zijn. Ik vind het goed dat de kwalificatie eisen van NOC*NSF voor de Olympische Spelen behoorlijk hoog liggen. Er stromen steeds meer schaatsers uit steeds meer landen toe en koekenbakkers hebben we niet nodig. '

Ben je niet te oud voor deze topsport?

‘Voor de lange baan ben ik relatief oud. Voor het marathonschaatsen niet. Tien jaar geleden dacht ik nog dat de Olympische Spelen niet voor mij waren weggelegd. Na mijn WK overwinning in het Canadese Calgary, waarbij ik oud recordhouder Roberto Sighel aftroefde, werd de tien kilometer op de aankomende Olympische Winterspelen mijn volgende grote doel. Inmiddels heb ik daarvoor drie jaren hard getraind. Ik leef heel strak. Om 5.45 uur op, de koeien melken, trainen, mijn paarden verzorgen en ermee fokken, plus de dingen die ik doe vanuit mijn evenementenbureau: clinics, kick-offs, lezingen, incentives etcetera. Uitspattingen veroorloof ik me al jaren niet. Rond 21.30 ga ik slapen. Dit blijft niet zo. Ik zou wel tot mijn 50ste kunnen blijven schaatsen, maar stop over twee jaar. Ik ga immers voor de overwinning en die zal uitblijven naarmate je ouder wordt.'

Vanuit Angenent Events geef je lezingen, wat heb je dan te vertellen?

‘Ik leg de link tussen topsport en een bedrijf runnen. In beide gevallen moet je doorzetten, je eigen lijn blijven volgen, ook bij tegenslag. Als het met je bedrijf minder gaat, moet het management in zichzelf blijven geloven. Dat doe je ook als topschaatser, ook ik incasseer verliezen. En ik laat de moed niet zakken als ik even minder fit ben door ziekte ofzoiets. Bedrijven inspireer ik omdat ik in de afgelopen vijftien jaar alle revoluties in de schaatswereld heb overleefd. De schaatsers waarmee ik tien jaar geleden vocht, zie je niet meer. Ik ben de enige overgebleven schaatser uit de kopgroep van tien jaar geleden.'

Is het moeilijk bescheiden te blijven?

‘Weet je, ik knok voor goede schaatstijden, dus dan mag ik mezelf ook zo neerzetten. En ik erken dat ik wel kwetsbaarder ben gezien mijn leeftijd, 38. Ik herstel langzamer, daarmee moet je als sporter rekening houden. Gisteravond heeft ons TNT-team iets verkeerds gegeten en heb ik moeten kotsen, ik was ziek. Daarom heb ik vandaag een halve dag op mijn hotelbed in het Brabantse Made gelegen; ik neem mezelf goed in acht. Ik ga ook niet voor een hoge plaats bij de Marathon Zesdaagse, maar zie het als een vooroefening voor 29 december. In deze ben ik met de jaren wel iets minder fanatiek geworden.'

Welke ‘revoluties' in de schaatswereld heb je zoal overleefd?

Neem bijvoorbeeld de klapschaats. Vroeger was schaatsen een kwestie van rammen. Nu is ook de techniek heel belangrijk. Je moet met het klapmechanisme kunnen dealen. Ik kon de overstap op de klapschaats gelukkig aan. Sommige oude collega's haakten af. De jonge schaatsers leerden als het ware lezen en schrijven met de klapschaatsen, waardoor de tijden in onze topsport steeds sneller worden. Toen ik vijftien jaar geleden begon, konden honderd ronden in een uur worden gereden, nu 125 in een uur en zeven minuten.'

Vroeger als spruitjeskweker was je gelukkig. Ben je dat eigenlijk nog steeds?

‘Ja, vooral omdat ik vader ben. Ook voor een sportman is het gezin de hoeksteen van zijn leven. Ik ben gelukkig met mijn kinderen, mijn vrouw en vee. Mijn vrouw zie ik veel, want we werken samen op de boerderij plus ze is mijn manager. Mijn zoontjes, Vince van anderhalf en Boyd van zesenhalf zie ik te weinig. Boyd zegt ook wel eens ‘Papa je bent er niet veel. En als je er bent, ga je ook snel weer weg.' Dat doet me wel iets. Ik zorg daarom bijvoorbeeld altijd dat we kerst met het gezin vieren, dit jaar in Friesland. En als ik door ben naar de Olympische Spelen, zien we elkaar ook in Italië, zoals ook in Oostenrijk. Ik zou eerlijk gezegd blij zijn als deze zware trainingsperiode voorbij is, zodat ik meer bij mijn gezin kan zijn. Na 29 december train ik niet veel meer, dat is de beste voorbereiding op Turijn.'

Vertel eens iets over je familie?

‘Mijn zoontje Boyd wil op schaatsen als hij zeven is. Dat moedig ik aan, maar van mij hoeft hij geen prof te worden. Wel vind ik het belangrijk dat hij sport, welke soort hij ook kiest. Bovendien kan hij desnoods later nog kiezen voor de topsport. Ik ben ook pas op mijn 22ste begonnen. Mijn vader, van wie ik mijn discipline heb, heeft niets met sport. Die houdt ook helemaal niet bij wat ik doe, maar vindt het wel hartstikke mooi dat ik zo ver ben gekomen. Op mijn voerde ik al vee samen met mijn vader en later zaten we een poos samen in de spruiten. Van kleins af aan was ik buiten en ik ben altijd een buitenmens gebleven. Buiten schaatsen en wielrennen vind ik mooier dan binnen schaatsen. Mijn vrouw Sannah en ik zijn zestien jaar samen. Alle schaatsfases heeft mijn vrouw meegemaakt en een betere manager kan ik me niet wensen.'

Een andere passie is paarden fokken. We staan hier bij een bevriende en bekende paardenhouder in het Noord-Brabantse Den Hout , Gertjan van Olst. Gertjan, hoe beschrijf jij Henk?

‘Een bijzonder gedreven persoon. Niet alleen wat betreft schaatsen. Zijn vrouw en hij halen alles uit de kast om mooie paarden te fokken. Ze zijn samen erg fanatiek om bepaalde bloedlijnen te verkrijgen. De hengst, Wodan, waar Henk bij staat is zijn fokpaard, mooi hè?'

Henk, wat is een grotere passie van je: schaatsen of paarden?

‘Hmm, een moeilijke vraag. Met paarden werken is een soort virus. Het is een sport om paarden te fokken met echte kwaliteit. Hengsten die ver komen in de hengstencompetitie.'

Draait het in het leven dan om competitie?

‘Dat houdt de uitdaging erin. Als ik over twee jaar stop met schaatsen kunnen mijn vrouw en ik gewoon de kost blijven verdienen met ons werk op de boerderij. De Spelen in 2010 laat ik aan me voorbij gaan. Maar als er nog een Elfstedentocht komt, doe ik wel weer mee! Zelfs als die tijdens de Olympische Spelen valt. Ik ben immers beter op buitenijs dan jonge schaatsers met weinig ervaring daarmee. Charme van de Elfstedentocht is dat je niet weet wanneer die komt. Op de Olympische Spelen bereid je je drie jaar voor. Ik word ook steeds zenuwachtiger naarmate de datum van de kwalificatiewedstrijd nadert. Maar te hard trainen is ook niet goed, anders val ik straks nog...'

Aktueel 53, 2005

Auteur: Andrea van Dael, fotografie: Paul Donders