Achtergrond - investeren in werklozen rendeert

De missie van Ton van der Bruggen: Niet uitkeren, maar investeren

‘Als we zo doorgaan, wordt "Nederland Kennisland" niet waargemaakt', zegt Ton van der Bruggen (63) somber. ‘Onder de beroepsbevolking zijn 1,5 miljoen mensen zonder startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Ik maak me daar grote zorgen over.'

Van der Bruggen heeft recht van spreken. Sinds 1985 werkt de socioloog van huis uit in de personeelssector, na een loopbaan bij Philips die leidde van de commercie via de afdeling bedrijfspsychologie en interne organisatie tot de hrm-afdeling.

Bij zijn afscheid eerder dit jaar publiceerde hij het boekje De lange weg naar Den Haag, waarin hij bevlogen beschrijft hoe bedrijven, bonden en overheid de instroom in de WW kunnen voorkomen.

Twaalf jaar geleden trad Van der Bruggen aan als manager van het Philips Werkgelegenheidsplan (WGP), dat sinds begin jaren tachtig al aan 11.000 langdurig werklozen marktgerichte werkervaring heeft geboden. Sinds zijn komst wordt de groep laaggeschoolden, zo'n 60 procent van de deelnemers, vooral branche-erkend opgeleid. Jarenlang vond 80 tot 90 procent van de opgeleide procesoperators ook duurzaam werk.

Van der Bruggen: ‘In het WGP scholen we langdurig werklozen in één tot anderhalf jaar tot WEB1-niveau (Wet educatie beroepsonderwijs).' Er waren destijds twee redenen voor de introductie van het plan. Enerzijds wilde Philips niet aan een algehele arbeidstijdverkorting voor al het personeel, en werd via dit plan een strijd met de bonden voorkomen, anderzijds bekommerde Philips zich ook over de ook toen sterk toenemende jeugdwerkloosheid, tekent Van der Bruggen op.

Later kwamen door onder meer allochtonen, gehandicapten en herintredende vrouwen bij. Ook taalonderwijs en burgerschap kunnen nu onderdeel vormen van het theoriegedeelte, en leermethoden worden aangepast aan de beginkennis van de deelnemers. Om het WPG te bekostigen, wordt geld vrijgemaakt uit de cao-afspraken, en dat wordt door alle afdelingen betaald.

Winstvervierdubbelaar

Uit het Philips Werkgelegenheidsplan zijn drie modellen voortgekomen. Allereerst de Combi-aanpak, waarbij eigen werknemers onder werktijd worden geschoold, terwijl langdurig werkloze WGP'ers hun taken tijdelijk overnemen.

Van der Bruggen: ‘Opleidingsfondsen bársten vaak van het geld, maar willen dat alleen in de eigen sector steken. Maar wat heeft dat voor zin? Het kan ook noodzaak zijn dat iemand wordt omgeschoold voor een andere richting. Bedrijven kunnen door de Combi-aanpak hun eigen mensen op een hoger niveau tillen. En tegelijk is er geen productieverlies omdat alle werknemers worden vervangen.'

Een tweede uitwerking is het model Nieuw Vakmanschap. Hierin worden met ontslag vertrekkende werknemers via een werkgeverscoöperatie bij bedrijven in de omgeving geplaatst voor een leer/werkplaats. En wel tegen het oude salaris. Van der Bruggen: ‘Het werk-werkmodel is onderdeel van een sociaal plan. Geld dat anders aan suppletie op de WW zou moeten worden besteed, wordt nu gestoken in het traject, naast een extra bijdrage van de werkgever en subsidies.'

Een ‘winstvervierdubbelaar', zo noemde wijlen SZW-directeur-generaal W. van Leeuwen dit model. Want: winst voor de uitkeringsorganisaties, voor de deelnemer die werk en salaris houdt, voor de werkgever die niet kampt met lange ontslagprocedures, én voor de vakbonden. ‘En ook voor', vult Van der Bruggen aan, ‘de maatschappij, omdat er geen nieuwe achterstandsgroep bijkomt.'

Het derde model is Certificering Vakmanschap. Hierbij brengt Philips het begrip employability in praktijk, door duizenden medewerkers zonder WEB2-niveau bij te scholen. Onder werknemers zonder startkwalificatie zit immers nog veel potentieel, meent de oud-Philips-manager. ‘Je moet die blije deelnemers zien als ze hun diploma halen. Ze hadden nooit verwacht dat ze zover konden komen. Reden om ook nieuwkomers die slecht Nederlands spreken - maar mét potentie - eruit te tillen en een intensief begeleid leertraject te bieden. Zo voorkom je dat mensen ‘verdrinken' in de bijstandsregeling.'

Het boekje van Van der Bruggen is inmiddels aan de derde druk toe. Blijkbaar wil Nederland best nadenken over de modellen die Philips hanteert. ‘Vanwege de enorme jeugdwerkloosheid is het helemaal actueel', verklaart Van der Bruggen zelf. ‘Probeer Combi uit in één sector, en steun dat vanuit UWV plus opleidingsfondsen. En voor mijn part ook vanuit Economische Zaken. Als Nederland kennisland wil zijn, moet de overheid ook financieel bijdragen om arbeidskrachten tot een startkwalificatie te brengen.' Maar tot nu toe vindt hij in Den Haag weinig gehoor. ‘De discussie loopt, maar duurt me te lang.'

Voorwaarden voor het welslagen van de modellen zijn, naast geld, ook dat écht marktgericht wordt opgeleid. Afdelingen hrm moeten zich daartoe permanent een beeld vormen van de veranderende vraag in de regio via contacten met werkgevers, vakbonden en de sectoren. Van der Bruggen toont zich evenwel optimistisch over de toekomst van de ontwikkelde modellen: ‘CNV, FNV en de Unie/MHP lopen bijvoorbeeld steeds warmer voor het werk-werkmodel.'

Door: Andrea van Dael - Intermediair/PW

De lange weg naar Den Haag, door Ton van der Bruggen, ISBN 9070 1085 26, € 12,50

Terug naar vorige pagina