Interview toenmalig SNM-directeur Peter van der Veer: Strategie van de Verleiding

Na technische milieumaatregelen, -wetten, -taksen en -belastingen is het nu tijd voor een cultuuromslag. Verleid moeten de Nederlanders worden. Tot milieuvriendelijk gedrag, zodat ze er zélf voor kiezen. "De utopieën van vandaag vormen de realiteit van morgen."

Andrea van Dael/JEM

Nederlands water, bodem en lucht zijn sinds de jaren tachtig stukken schoner geworden. Katalysatoren, zuiveringsinstallaties, filters, prijsprikkels en milieuwetten droegen daaraan grote stenen bij. Maar tegelijkertijd blijft de Nederlandse consumptie van hulpbronnen doorgroeien. De CO2-uitstoot is in 2001 ten opzichte van 1990 met zo'n zes procent gestegen en neemt nog steeds toe. Het gebruik van benzine en diesel per hoofd van de bevolking blijft toenemen, met stof en smog tot gevolg. Spaardouches, spaarlampen en energiezuinige apparaten vinden gretig aftrek, maar worden vanwege hun zuinigheid juist extra intensief gebruikt, waardoor de milieuwinst per saldo klein is. Voor een schoner milieu is dus meer nodig. Grotere betrokkenheid bij de milieuproblematiek is daarvoor een vereiste.
Betere informatievoorziening - over bijvoorbeeld afvalpreventie - geeft burgers een groene duw in de rug, volgens Peter van der Veer, mededirecteur van Stichting Natuur en Milieu. "Anders flikkeren ze hun vuilniszakken gewoon op het industrieterrein bij hun werk." Maar informatie is niet voldoende. Mensen moeten volgens de directeur ook worden 'verleid' tot milieuvriendelijker gedrag. Door het schetsen van rooskleurige toekomstbeelden. Alleen dan komt er draagvlak voor ingrijpende gedragsveranderingen, stelt hij. Dat lijkt een beetje tegenstrijdig met de negatieve klank van het rapport 'De ontgroening van Nederland' dat Milieudefensie vorig jaar september samen met Stichting Natuur & Milieu uitbracht. Alleen de titel al. Van der Veer geeft dit ruiterlijk toe: "Zeker in onze presentatie benadrukten we de dingen die bergafwaarts gaan. Heel bewust. Om het volgende kabinet te stimuleren tot extra stappen. Echter: elk hoofdstuk van het rapport noemt ook milieusuccessen. Maar door de wijze van presentatie, pikten de media alleen onze negatieve geluiden op. Achteraf moeten we heel openhartig zeggen dat we het niet goed hebben aangepakt. We hadden ook positieve toekomstbeelden kunnen schetsen en de goede ontwikkelingen nadrukkelijker moeten poneren."

Daar ligt een valkuil, reageert Cees van Woerkum, hoogleraar communicatie en innovatie aan Wageningen Universiteit. Journalisten zijn niet zo geïnteresseerd in positieve ontwikkelingen. En de attentie voor een thema wordt nu eenmaal hoger als er media-aandacht is. Volgens de hoogleraar zouden milieuorganisaties informatie zodanig moeten overbrengen dat de media èn het probleem èn de uitweg schetst.
Zo ziet Stichting Natuur en Milieu dat ook. Van der Veer: "Natuur & Milieu en Milieudefensie werken nu - samen met Novib - naar de verkiezingen toe. Daarbij leggen we telkens een link tussen probleem en perspectief. Wat zijn de negatieve milieuontwikkelingen en wat zijn mogelijke maatregelen? En: welke positieve toekomstbeelden creëer je daarmee? Ofwel: Waar doen we het eigenlijk voor?"
Ja, waar doen we het eigenlijk voor? Van der Veer noemt de manier waarop Natuur & Milieu mensen bij het onderwerp 'stilte' betrekt als voorbeeld. Mensen werden via folders, radiospotjes en internet opgeroepen om te beschrijven wat ze waarom en waar van stilte vinden. En hoe kan stilte worden bereikt? Vijftienhonderd reacties vielen op de deurmat van Natuur & Milieu en stroomden geruisloos de emailbox van de stichting binnen. Veelal met passie opgeschreven. Mensen vertelden bijvoorbeeld dat ze door geluidsoverlast verhuisd waren en vreesden dat ze moeten blijven verhuizen. Of wat een stiltegebied hun doet. Van der Veer: "De enquête heeft bij velen iets geraakt: dat is onze eerste stap. Een belangrijk element van verleiden is dat je eerst laat nadenken over een milieu-aspect. Mensen werden zich er door onze vragen van bewust dat in Nederland de stilte geleidelijk aan verdwijnt. Ze konden ontdekken dat ze daarvan misschien zelf medeveroorzaker zijn. En dat ze iets willen veranderen: ze zijn verleid. De volgende stap is dat Natuur & Milieu samenwerking zoekt."
De stilte-enquête wees uit dat veel mensen zich grote zorgen maken over het verlies aan stilte. Ze zijn voorstander van scherpere geluidsnormen en van nieuwe stiltegebieden en willen daar ook lokaal voor in de weer komen. "Dat is prachtig en dat moet je als natuur- en milieubeweging ondersteunen. Natuur & Milieu kan bijvoorbeeld wijkcomité's of scholen aanzetten tot lokale stilteprojecten."
Van Woerkum vindt 'verleiding' een creatieve nieuwe ingang om mensen aan te sporen tot milieugedrag. "Eerst betrek je de mensen bij een probleem dat aansluit bij hun eigen beleving. Dan onderzoek je behoeften en vervolgens prikkel je ze tot actie. Daarmee valt veel te verdienen." De route naar een oplossing, naar te ondernemen acties, moet volgens hem heel duidelijk zijn. Want zodra mensen het gevoel krijgen dat een milieusucces utopie is, valt volgens de hoogleraar de milieumoeheid weer als een deken over mensen heen. "Het thema stilte vind ik slim gekozen, want dat raakt iedere burger, ook de gewone man. Steeds meer mensen voelen zich opgesloten in Nederland en ze hebben behoefte aan rust."

Stukken van Nederland waar het nog echt donker wordt en de sterrenhemel valt te aanschouwen. Of: een gesmeerd openbaar vervoersnetwerk. Twee andere voorbeelden van verleidelijke toekomstbeelden. Natuur & Milieu bundelde ideeën over de ideale mobiliteit in 2030. Het boek staat vol futuristische plannen en ingenieuze ideeën ter stimulering van een beter openbaar vervoer. Niet alleen de burgers, ook beleidsmakers probeert Natuur en Milieu te verleiden. Via veldsymposia, bijvoorbeeld. Politici, bedrijven, waterleidingmaatschappijen en biologiedocenten maken al wandelend in mooie gebieden kennis met de gevolgen van verdroging en verzuring. En van milieumaatregelen. Doel is dat beleidsmakers door hun ervaringen de zin van milieumaatregelen inzien.
De strategie van de verleiding is idealistisch, erkent Van der Veer. "Maar de utopieën van vandaag vormen de realiteit van morgen. Het jaren-zeventig-denken van een maakbare samenleving is voorbij. Maar moeten we dan vervallen in het omgekeerde: het vrijheid-blijheid-verhaal? Nee, wij willen dat mensen hun aandeel in milieuproblemen gaan inzien. Moraliseren blijft een taak van natuur- en milieuorganisaties."
Dat wil trouwens helemaal niet zeggen dat de overheid niet ook grenzen en regels moet blijven stellen, vindt Van der Veer. Maar louter regels stuiten op sociale weerstand. Draagvlak is nodig. De laagdrempelige milieumaatregelen zijn doorgevoerd. Nu is de tijd aangebroken voor grotere doorbraken. "Als we ruimte of stilte willen, kost dat geld of gedragsaanpassing. We moeten kiezen. Tussen bijvoorbeeld nieuwe wegen óf grotere natuurgebieden. Tussen eigen tuinen &ocaute;f gemeenschappelijk groen. Twee keer Nederland blijkt nodig als alle ruimteclaims voor de komende jaren worden opgeteld! De overheid moet burgers betrekken bij haar dilemma's. Vervolgens kan ze alternatieven schetsen."

Een 'derde groene weg', bepleit Volkert Beekman, onderzoeker Innovatie en Consumentenbeleid aan het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Den Haag. Een weg waarin de burger democratisch wordt betrokken bij het milieubeleid rond huis- tuin- en keuken, levert volgens hem meer milieuwinst op dan de 'eerste groene weg' van communicatie en de 'tweede weg' van prijsprikkels. Vorig jaar promoveerde hij op zijn 'A Green Third Way'. Burgers zijn volgens Beekman bereid concessies te doen voor het milieu, als de overheid ze laat meedenken en -besluiten over milieumaatregelen in hun buurt. Toekomstige bewoners van een wijk kun je bij het ontwerp betrekken, stelt hij. Ze denken mee over de inrichting, het energiegebruik en de verschillende waterstromen voor toilet en douche. Vervolgens zullen ze serieus omgaan met energie en water, volgens de onderzoeker. Want het is hún wijk en bovendien zullen anders medebewoners ze aanspreken. Beekman concludeert dat de overheid mensen kan verleiden tot milieuvriendelijke levenswijzen door aanpassingen in de sociale en materiële omgeving. "Gedrag wordt namelijk niet alleen bepaald door eigenbelang, maar ook door ruimtelijke omstandigheden en de sociale omgeving."

Beekman denkt dat de overheid voorwaarden moet scheppen voor overlegplatformen. Lokale groepen kunnen bijvoorbeeld fungeren als denktank voor milieuwethouders, al dan niet in officiële overlegorganen. Vraag is of niet vooral de toch al maatschappijkritische mensen daar in deelnemen. Beekman: "Niet iedere Nederlander kan bezig zijn met de vergroening van Nederland. Een deel wel. Als milieubesluiten samen met een deel van de burgers zijn genomen, zal het andere deel die maatregelen eerder accepteren. Dan is er draagvlak." Als mensen hun vrijheid behouden, zorgt dat volgens de onderzoeker ook voor draagvlak. Volgens hem kunnen regelgeving en vrijheid samengaan. Burgers kiezen bijvoorbeeld zelf hoe ze een toegewezen quotum aan grondstoffen consumeren. De ene burger kiest bijvoorbeeld voor vliegen en weinig autorijden. De ander kiest voor de auto, een beetje vliegen, groene energie, isolatie en eet alleen Hollandse wintergroenten. Beekman: "Concrete gedragskeuzes, dicht bij huis, die elke Nederlander kan maken. Zo behouden mensen vrijheid en is er een verscheidenheid aan levensstijlen mogelijk."

I.M. Peter van der Veer die vroegtijdig is overleden

Milieudefensie Magazine 2002

Terug naar vorige pagina